IVF lijkt voor de buitenwereld vaak dé oplossing als het niet lukt om zwanger te raken.
Gewoon een simpele medische stap. Maar wat mensen vaak niet zien, is wat er ondertussen ook mentaal gebeurt.
In deze blog neemt Joanne je mee in wat zij zelf treffend ‘de grote afvalrace’ noemt.
Van acht eicellen… naar uiteindelijk nog maar één embryo.
Rauw, eerlijk en pijnlijk herkenbaar voor iedereen die ooit middenin IVF of ICSI heeft gezeten.
Een eerlijk verhaal over onzekerheid en hoop, terwijl je tegelijkertijd voelt hoeveel er op het spel staat.
BLOG #5
De grote afvalrace
De dagen na de punctie staan in het teken van de grote afvalrace. Er staan acht eicellen aan de start van de race. Nu is het afwachten hoeveel embryo’s uiteindelijk de finish halen voor een mogelijke terugplaatsing of invriezing.
De eerste tussenstand van de afvalrace krijgen we twee dagen na de punctie. Vandaag worden we na 13.30u gebeld door het ziekenhuis met het bevruchtingsresultaat tot nu toe. Aan het einde van de ochtend ben ik boven ter afleiding nog wat huishoudelijke klusjes aan het doen als ik beneden mijn telefoon hoor afgaan. Ja hoor, zul je net zien!
Ik ren snel naar beneden, maar ben natuurlijk net te laat. In mijn scherm zie ik een gemiste oproep van een privénummer. Dat moet het ziekenhuis zijn. Ik bel direct terug met mijn hart nog in mijn keel. Waarom bellen ze al zo vroeg? Dat kan geen goed teken zijn!
Na het inmiddels beruchte wachtmuziekje van Ludovico krijg ik de vroedvrouw aan de lijn. Van de acht eicellen konden zeven eicellen bevrucht worden. Na één dag delen zijn er hiervan nog maar vier embryo’s over. Pfff, er is alweer 50% afgevallen.
De opluchting en blijheid van twee dagen geleden worden bruut de kop ingedrukt. Ik ben teleurgesteld en baal er echt van. Ik had stiekem echt gehoopt op meer.
Four down, four to go.
De volgende tussenstand van de afvalrace krijgen we zes dagen na de punctie, de dag van de mogelijke terugplaatsing. De dagen ertussen zijn letterlijk en figuurlijk nagelbijten. Heel hard hopen dat we niet gebeld worden. Want geen bericht, is goed bericht in dit geval. Dat betekent immers dat er íets terug te plaatsen valt.
Gelukkig blijft onze telefoon deze dagen oorverdovend stil. We worden niet gebeld. Met gezonde spanning stappen we zondag om 08.00u in de auto op weg naar het UZ Gent voor onze tiende terugplaatsing.
Here we go!
Voor een terugplaatsing is er altijd weer de uitdaging van een volle blaas. Voor een terugplaatsing moet je blaas vol zijn, zodat ze goed zicht hebben op je baarmoeder voor het terugplaatsen van het embryo. Maar ja, als je niet precies weet hoelang de reis gaat duren, dan is je toiletbezoek toch een tikkeltje lastig te timen.
Zo’n 45 minuten voor Gent houd ik het echt niet meer en moeten we toch even stoppen bij een tankstation voor een kort, maar zeer nodig toiletbezoek. Ik moet terugdenken aan mijn ‘stressplasje’ voor de punctie. Mijn blaas lijkt nu juist een tegenovergestelde reactie te geven van alle stress en spanning.
Terug in de auto gooi ik snel twee volle bidons water achterover in de hoop dat deze mijn blaas nog op tijd bereiken voor de terugplaatsing. Met een lege blaas vervolgen we onze reis.
In de wachtkamer van de dagopname wachten we ongeduldig tot we naar binnen worden geroepen voor de terugplaatsing. Bij binnenkomst moet ik me legitimeren. Toch fijn als ze ons eigen embryo terugplaatsen.
Daarna mag ik me vrijwel direct uitkleden. Ondertussen praat de arts ons bij over onze bevruchtingsresultaten. Van de vier embryo’s van dag 2 zijn er nu op dag 6 nog drie embryo’s over, waarvan er nu één wordt teruggeplaatst.
Jochem en ik kijken elkaar blij aan! Dat is goed nieuws! Dat zijn er meer dan we verwacht hadden!
Toch is de arts een stuk minder positief en dempt ze direct onze verwachtingen. De embryoloog gaat de volgende ochtend de embryo’s nog een keer beoordelen, maar we moeten er rekening mee houden dat we geen embryo’s of heel misschien één embryo overhouden om in te vriezen.
Zonder enige verwerkingstijd van dit verwarrende nieuws moet ik plaatsnemen op de stoel voor de terugplaatsing. De terugplaatsing zelf is pijnlijk, maar gelukkig wel kort. Ook het drukken van het echoapparaat op mijn toch alweer volle blaas is allesbehalve prettig.
We zien ons embryo als een mooi wit stipje op het echoscherm verschijnen.
De embryJoJo is teruggeplaatst.
De eindstand van de afvalrace krijgen we twee dagen later per e-mail opgestuurd. Lekker persoonlijk. Op mijn werk zie ik de e-mail van het UZ Gent binnenkomen met het invriesrapport.
Dikgedrukt lees ik de volgende zin:
“Helaas kon er geen materiaal ingevroren worden.”
Hoewel onze verwachtingen niet hoog gespannen waren, slaat dit slechte nieuws toch weer in als een bom. Van acht eicellen met de punctie naar één teruggeplaatst embryo. Er heeft maar één embryo de finish gehaald.
Dit is onze laatste kans op een kindje van Jochem en mij.
Dit moet hem of haar dus zijn...
“De embryJoJo is teruggeplaatst”
Joanne Amse - Blog IVF-traject
De punctiedag: een dag waar weken naartoe wordt geleefd, maar waar tegelijkertijd ook enorm tegenop wordt gezien. In deze nieuwe blog deelt Joanne op eerlijke en kwetsbare wijze hoe deze intense dag voor haar en Jochem verliep. Over spanning, verdriet, onverwachte momenten en een uitkomst die eindelijk eens een klein beetje mee leek te vallen.
BLOG #4
De dag van de punctie
Voor de derde dag deze week gaat onze wekker om 5.45 u af. Al was ik al wel voor de wekker wakker. Ik heb echt geen oog dicht gedaan vannacht. Als ik al sliep droomde ik over het opmeten van follikels. Hoezo zenuwachtig?!
Ik ben aan het treuzelen deze ochtend. Ik heb gewoon echt geen zin in vandaag. Ik voel het aan elke vezel in mijn lijf. Ook Jochem is niet met zijn beste been uit bed gestapt. Hij zit gestrest en afwezig in de auto. De snelheidsmeter en andere weggebruikers moeten het flink ontgelden. Ik laat hem maar even. Gelukkig zijn we mooi op tijd in Gent en verloopt het aanmeldproces soepeltjes. Hier tikken we alvast een voorschot van € 4.200,- af voor de punctie. In deze “all-inclusive prijs” voor de punctie zitten de extra optie van een eenpersoonskamer en een koelkastje op de kamer nog niet eens inbegrepen. In verhouding tot de totale kosten van de punctie is dit slechts een luttele aanbetaling. Helaas geldt de “Niet goed, geld terug”-garantie hier niet op.
Na aanmelding lopen we door naar de wachtruimte van de poli Reproductieve Geneeskunde, route 710, wachtruimte 712. Deze route kunnen we inmiddels blind lopen. We nemen plaats in de wachtruimte en Jochem wordt om 08.40 u opgeroepen om “zijn deel” te doen. Ongeveer een half uurtje later komt hij terug.
“Hoe ging het?”, vraag ik.
“Tja, geen idee”, zegt hij.
Wat kan je er ook van zeggen? Even later wordt Jochem gebeld door een privé-nummer. Hij neemt toch maar even op. Het is de vroedvrouw. Ze zegt dat het staal niet goed genoeg is en vraagt Jochem of hij over een half uurtje nog een keer wil komen, letterlijk en figuurlijk. Dit belletje slaat in als een bom. Deze variant hebben we nog niet eerder gehad. Kan het hierop óók nog misgaan?! Hoezo is het staal niet goed genoeg? Ze hebben maximaal maar 10 goede spermacellen nodig!
Jochem is erg van slag en ik probeer hem zo goed als ik kan te troosten. Ik weet dat hij rustig wordt van mijn aanraking, dus ik kruip op zijn schoot dicht tegen hem aan en geef hem de dikste knuffel die ik hem kan geven. Een half uurtje later wordt hij opnieuw opgeroepen. Met een lange, lieve zoen doe ik nog een laatste poging om hem gerust te stellen en goede moed mee te geven voor deze tweede poging.
Niet veel later om 10.00 u word ik zelf opgeroepen. Ik loop naar boven naar de tweede verdieping voor de dagopname. De eerste ronde puncties van deze ochtend zit er voor hun al op, dus ik mag plaatsnemen in bed 1. Bed 1 voor kindje nummer 1. “Dit moet ons eerste kindje zijn”, denk ik.
Al snel komt de vroedvrouw mij inchecken en klaarmaken. Ik trek het ziekenhuishemd aan, mijn infuus wordt aangelegd en mijn bloeddruk wordt opgemeten. Deze is wat aan de hoge kant. Gek hè?! Hoe zou dat nou kunnen? Ik heb het de hele ochtend al koud, dus ik ben blij dat ik eindelijk warm kan worden onder de dekens. Hier zal de stress van vanochtend en mijn nuchtere maag ook niet bij hebben geholpen.
Ik app Jochem en vraag hoe het met hem gaat.
“’T gaat, houdt niet super over”, appt hij. “Ze waren bang dat ze er mogelijk niet genoeg hadden de eerste keer, zeiden ze. Hopelijk heb ik er nog 4 extra uit kunnen trekken of zo.”
“Ze gaan gewoon uit van een mega opbrengst van mijn kant”, app ik hem gekscherend terug.
We weten allebei dat dat sowieso niet het geval gaat zijn, maar we proberen troost te vinden in deze wensgedachte.
Om 10.55 u komt de vroedvrouw bij me langs om te vragen of ik nog even naar de wc wil gaan. Mijn blaas moet leeg zijn, zodat ze goed zicht hebben tijdens de punctie. Aangelijnd aan het infuus ga ik nog even naar de wc. Eenmaal terug bij mijn bed word ik direct opgehaald door de twee vroedvrouwen. Ik mag mee voor de punctie. Daar gaan we dan!
Klappertandend van de kou en de zenuwen neem ik plaats op de stoel. Ik schuif helemaal naar beneden en leg mijn beide benen in de steigers. Helaas heb ik geen yogalichaam, dus de lenigheid van mijn benen wordt weer eens flink op de proef gesteld. Dat wordt weer spierpijn morgen. De vroedvrouw merkt dat ik loop te bibberen en probeert me met haar warme handen wat op te warmen.
Omdat ik al een aantal vervelende puncties achter de rug heb, legt ze alles stap voor stap uit. Mijn bloeddruk is veel te hoog en ik ben al een keer eerder flauwgevallen, dus ik krijg medicatie om mijn bloeddruk onder controle te houden. Ik vind het allemaal best. Daarna gaan ze beginnen.
Ze beginnen met een echo zonder gel om te kijken of de follikels nog niet gesprongen zijn. In mijn hoofd ga ik terug naar mislukte punctie nummer 3. Ik hou m’n adem in dat dit niet weer het geval is. Gelukkig niet. Ik haal opgelucht adem en zet me schrap voor wat er komen gaat. Ze zegt dat mijn blaas nog vol is.
“Huh, hoe kan dat nou?”, zeg ik. “Ik heb net nog geplast!”
“Waarschijnlijk heb je een stressplasje gedaan”, zegt de vroedvrouw met een glimlach.
Dit klinkt als logische verklaring, dus halen ze een katheter om mijn blaas alsnog te legen.
“Je bent nu aan het plassen”, zegt de vroedvrouw.
“Ach, voor alles een eerste keer”, zeg ik enigszins beschaamd.
Na deze onverwachte tussenstap gaan we nu dan toch echt beginnen. De plaatselijke verdoving wordt aangebracht. Dit is te vergelijken met die verdovingsprikjes bij de tandarts, alleen dan in je vagina. Scherp en niet fijn, zachtjes uitgedrukt. Maar ja, wel broodnodig. Ondertussen krijg ik mijn eerste dosis morfine toegediend via het infuus. Zodra deze begint te werken voel ik een warm gevoel door mijn lichaam gaan. Eindelijk heb ik het niet meer koud.
Het bakje met de buisjes voor de follikels wordt op mijn buik gezet. Opnieuw geldt: hoe langer ze bezig zijn, hoe meer buisjes, hoe beter het is.
De linker eierstok gaat vlotjes. De arts ziet nog twee kleine follikels. Ik moedig haar aan om te pakken wat ze pakken kan en leg uit dat dit onze laatste punctie zal zijn. Voor mijn gevoel zijn ze weer veel te snel klaar. Ik voel de moed in mijn schoenen (lees: sokken) zakken.
Dan gaat ze door naar de rechter eierstok.
“Ai”, zegt de arts die de punctie doet. “We hebben een springende eierstok.”
Niet weer, denk ik. Vervolgens komen er drie vroedvrouwen als een kring om mij heen staan. Ze drukken allemaal met hun handen op mijn buik om de eierstok zo te draaien dat de arts de follikels aan kan prikken. Ik voel de tranen in mijn ogen springen en voel me letterlijk en figuurlijk een lijdend voorwerp. Na een paar scherpe pijnscheuten bij het aanprikken van de follikels is ze klaar. Het zit erop.
De vroedvrouw zegt dat ik het goed heb gedaan en dat ik trots kan zijn op mezelf. Ik kan alleen maar denken dat het er veel te weinig zijn.
Eenmaal terug in bed 1 app ik Jochem dat de punctie erop zit. Hij vraagt hoe ik me voel en ik geef aan dat ik emotioneel ben en dat ze niet meer dan vijf follikels hebben kunnen aanprikken volgens mij. Ik had stiekem nog zo gehoopt op meer, Jochem ook. Maar hij was na de laatste controle echo en de hobbelige start van vanochtend het vertrouwen al een beetje kwijt.
Hij stuurt een superlief appje terug over hoe hij met mij vakantie en rust wil. Hij wil nieuwe hoop met een nieuwe stap in het traject, wat die ook wordt. Hij wil samen, positiviteit, genieten en nog veel meer. Ik kan deze lieve woorden even niet binnen laten komen, hoe graag ik dat ook wil. De tranen lopen over mijn wangen en ik wil alleen maar naar huis. Ik voel me eenzaam en verslagen.
De vroedvrouw komt even bij me langs om te kijken hoe het met me gaat. Ik geef eerlijk toe dat ik best veel pijn heb. De vroedvrouw is doortastend en geeft me meer pijnmedicatie. Ik laat het allemaal maar even toe en sluit m’n ogen om wat bij te komen van alle stress, spanning en emoties. Dit deel hebben we weer gehad.
Dan is het wachten. Wachten op de arts die ons gaat vertellen hoeveel eitjes er uiteindelijk zijn weggehaald tijdens de punctie. De warme kop thee en de Luikse wafel die ik van de vroedvrouw heb gekregen smaken me goed. De pijnmedicatie begint goed te werken en ik kom langzaam weer een beetje bij.
Ondertussen hoor ik uit de punctiekamer naast mij een vrouw een aantal keer vrij hard schreeuwen van de pijn. Nou nou, dat kan ook wel een tandje minder denk ik. Ik vraag me af of ik ook zo zal schreeuwen bij een bevalling. Tot nu toe ben ik tijdens puncties iemand die vooral moeilijke bekken trekt bij pijn, mijn heil zoekt in overdreven in- en uitademen en pas (te) laat vraagt om extra medicatie. Dat is ook niet altijd goed hè, spreek ik mezelf beschuldigend toe. Ik hoor de vroedvrouwen sussen over het klaarleggen van extra medicatie. Zij zien de bui ook al hangen.
Nadat de laatste punctie van vandaag klaar is, komt de arts vrij snel bij mij aan bed staan. Ze vertelt dat ze acht eicellen (!) hebben weggehaald. Ik sla mijn handen voor mijn gezicht en begin te huilen. Van opluchting, van blijdschap. Ik geef aan dat ik hier super blij mee ben, omdat we ervan uit waren gegaan dat het er niet meer dan vijf zouden zijn of misschien zelfs wel helemaal geen.
De arts huilt even met mij mee en vat mijn gevoel perfect samen:
“Mag het ook een keertje meevallen?!” zegt ze.
Voor even voel ik mij minder eenzaam en voel ik weer een sprankje hoop en blijdschap. Zou het dan toch gaan lukken?
Daarna voel ik me vrij snel beter. Ik app Jochem dat ik naar huis mag, maar vertel nog niks over het aantal eicellen. Ik wil zijn verraste gezicht zien als ik hem het goede nieuws vertel. Ik loop naar de wachtruimte beneden en hij is nog even naar de wc. Tuurlijk, daar heeft hij de afgelopen 3 uur ook helemaal geen tijd voor gehad, haha.
Ik loop op hem af en vertel hem dat ze acht eicellen hebben weggehaald! We vallen elkaar in de armen en huilen samen.
“Daar wil ik me wel twee keer voor aftrekken”, zegt hij en ik begin te lachen.
Hij zegt dat hij voor altijd bij me zal blijven. Wat een prachtvent ben ik toch getrouwd. Met een voorzichtig opgelucht en blij gevoel verlaten we met deze woorden het ziekenhuis. Dit deel zit er weer op.
“Mag het ook een keertje meevallen?!”
Wat als je leven ineens draait om echo’s, follikels en wachten op uitslagen die alles kunnen bepalen?
Joanne neemt je in haar nieuwste blog mee in een spannend onderdeel van haar fertiliteitstraject: de controle echo’s. Hoop, twijfel, cijfers die alles zeggen… en toch ook weer niet.
BLOG #3
De controle echo’s
Na de Decapeptyl spuit maken we ons op voor een flink aantal ritjes naar Gent op en neer voor de controle echo’s. De controle echo’s vinden sowieso plaats op dag 1, dag 8 en dag 10 van de cyclus. Daarna is het per dag bekijken hoe het ervoor staat.
De eerste controle echo op dag 1 van mijn cyclus stelt eigenlijk niet zoveel voor als je het mij vraagt. Hiermee willen ze kijken of de Decapeptyl zijn werk doet, zodat de stimulatiefase kan worden opgestart. Met andere woorden: het baarmoederslijmvlies moet mooi dun zijn en de follikels moeten klein zijn. Ik voel me net een zelfopgeleide gynaecoloog nu ik dit zo opschrijf. Nou, ik kan je zo ook wel vertellen dat de Decapeptyl zijn werk doet. Daar heb ik geen controle echo voor nodig. Waar ik normaal gesproken een echte koukleum ben en in bed mijn koude voeten met enige regelmaat tegen Jochems warme lichaam aan parkeer, ben ik nu echt een kacheltje. Ik lig als een zeester in bed en voel de zweetdruppeltjes langzaam langs mijn nek lopen. Dekbed op, dekbed af, koud, warm. Het nachtzweten en de opvliegers are real en zijn alvast een voorbode van de overgang over een paar jaar. Hopelijk laat deze nog een tijd op zich wachten! En de hoofdpijn, pfff dat is andere koek. De kopzorgen hebben me echt gevloerd de afgelopen dagen, letterlijk en figuurlijk. De eerste echo bevestigt datgene wat ik al wist: de Decapeptyl doet zijn werk. Op naar de stimulatiefase!
De tweede controle echo op dag 8 van mijn cyclus is de meest spannende echo. Tijdens deze echo gaan ze namelijk kijken hoeveel follikels er zijn gaan groeien. Dit geeft al een eerste indicatie van hoeveel mogelijke eitjes er in theorie uit zouden kunnen komen. Met nadruk op mogelijk, theorie en kunnen. Jochem en ik zijn allebei op van de zenuwen. In de wachtkamer zitten we elk in onze eigen bubbel gedachteloos te scrollen op onze telefoon om de tijd te doden. Na een kwartiertje worden we binnengeroepen en zoals gewoonlijk mag ik me direct uitkleden. “We gaan eens even kijken!” hoor ik de gynaecologe zeggen. Met een hartslag van 120 neem ik plaats in de stoel. Jochem komt naast mij staan en legt liefdevol zijn hand op mijn voorhoofd. Ze vraagt of ze me aan mag raken en geeft aan dat ik het moet zeggen als het pijn doet. Ik durf niet meer mee te kijken op het echo scherm, dus kijk ik angstvallig naar het plafond. Ik richt mijn blik op Jochems gezicht in de hoop iets aan hem te kunnen aflezen. We kijken elkaar hoopvol aan en voelen allebei hoe spannend dit is.
“Het baarmoederslijmvlies bestaat uit meerdere lagen en bouwt mooi op,” zegt ze. Inmiddels kan ik zinnen als deze wel dromen. Tot nu toe heb ik altijd nog een práchtig meerlaags baarmoederslijmvlies gehad, maar ja, daar koop ik tot nu toe nog helemaal niks voor! Dan gaat ze door naar de eierstokken, eerst links, dan rechts. Dit is het moment van de waarheid. Ik spits mijn oren en tel in mijn hoofd mee met het aantal klikjes. Met het echoapparaat meet de gynaecologe de diameters van de follikels op. Een rijpe follikel is tussen de 17 mm en 21 mm, dus daar gaan we voor! Hoe langer ze bezig is, hoe meer follikels er zijn om op te meten. Dus hoe meer klikjes, hoe beter.
Veel sneller dan dat ik wil zegt ze: “Dit was het, je mag je weer aankleden.” Ze haalt het echoapparaat uit me en ik kleed me weer aan. Op dat moment razen duizenden gedachten door m’n hoofd: “We zijn veel te snel klaar”; “Het is vast niet goed”; “Wat als er maar vijf follikels zijn?”; “Bij hoeveel follikels breken we de poging af?” Ik treuzel wat met aankleden, want ik ben nog niet klaar voor het slechte nieuws. Met een brok in mijn keel neem ik plaats naast Jochem. De gynaecologe draait het computerscherm naar ons toe. Op het scherm zie ik de bolletjes die elk een follikel voorstellen. In een nanoseconde tel ik snel het aantal bolletjes: het zijn er 11. Lang niet slecht!
Maar qua grootte liggen ze ver uit elkaar: zes follikels zijn kleiner dan 6 mm en de andere vijf follikels zijn al boven de 10 mm. Dan slaat de opluchting om in bezorgdheid. De grootste follikel is immers leidend voor de timing van de punctie. Dit wordt dus een hele lastige. Met gemixte gevoelens verlaten we het ziekenhuis. Het totaal aantal follikels is lang niet slecht, maar dan moeten de kleinste follikels nog wel gaan doorgroeien. Zo niet, dan wordt het wel weer heel erg magertjes. Hopelijk brengt de volgende echo meer duidelijkheid.
De derde controle echo vindt twee dagen later op dag 10 van mijn cyclus plaats. De laatste afspraakmogelijkheid was om 08.40 u, dus om 06.20 u zitten we alweer in de auto op weg naar Gent. Gelukkig hebben we een vrijwel lege snelweg, dus duwen we snel het asfalt voor ons uit op deze vroege zondagmorgen. Eenmaal in de behandelkamer begint hetzelfde riedeltje weer opnieuw: uitkleden, naar het plafond staren, follikels opmeten, aankleden en bolletjes tellen. Alle follikels zijn gegroeid, maar het verschil tussen de grote en kleine follikels is niet kleiner geworden. Het echobeeld is dus nog steeds onduidelijk. Dit betekent dat mijn bloedwaarden doorslaggevend zullen zijn voor de timing van de punctie.
Omdat we geen onnodige medicatie willen kopen à la € 160,- per spuit, besluiten we in Gent te blijven om te wachten op de uitslag van de bloedwaarden. Vijf minuten verderop, in het dichtstbijzijnde Van der Valk hotel, slaan we ondertussen onze werklaptop open. Onder het genot van een kopje thee van een schamele € 5,50 en een klein weckpotje met yoghurt en granola van € 8,00 verdrijven we de wachttijd.
Om 12.00 u hebben we nog steeds niks gehoord en besluiten we terug naar het ziekenhuis te gaan. De ziekenhuisapotheek is in het weekend immers tot 13.00 u open, dus er is enige haast bij geboden. Enigszins geïrriteerd over het lange wachten loop ik om 12.30 u bij de vroedvrouw naar binnen om te vragen of de bloeduitslag al binnen is. De uitslag is binnen, maar deze is nog niet gevalideerd door de arts van dienst. Na nogmaals uitleggen waarom we het echt nu moeten weten, neemt ze telefonisch contact op met haar collega.
Toen kwam het verlossende antwoord: ik mag stoppen met de stimulerende medicatie. Vanavond moet ik de Ovitrelle spuiten die de eisprong opwekt en de punctie zal dinsdag zijn. Deze boodschap brengt me toch enigszins van mijn stuk: gaan we dan voor maar vijf follikels de punctie doen? Kunnen we echt niet nog even wachten om te kijken of de kleine follikels alsnog meegroeien? De vroedvrouw verzekert mij dat de beslissing door de arts zelf is genomen. Ik geloof haar dan maar op haar blauwe ogen.
Eenmaal terug in de auto bij Jochem begin ik hard te huilen. Ik ben heel erg verdrietig en teleurgesteld. Waarom hebben we maar vijf follikels? Waarom groeien die kleintjes niet wat harder? Waarom groeit het bij ons nou nooit gelijkmatig? Het zijn allemaal vragen waar we nooit antwoord op zullen krijgen. Het houdt niet over, maar we zullen het er weer mee moeten doen. Stiekem hoop ik dat die kleine follikels toch nog even een laatste sprintje trekken de laatste 1,5 dag. We zullen het dinsdag weten.
“Hoe meer klikjes, hoe beter”
Een fertiliteitstraject gaat zelden volgens plan.
En wat vaak onderschat wordt: wat al die onzekerheden en vragen met je doen, als mens.
In deze blog neemt Joanne je mee in een minder besproken kant van IVF. De hormonale achtbaan, overgangsachtige klachten en het besef dat een traject emotioneel ontzettend veel van je vraagt.
BLOG #2
De Decapeptyl spuit
De Decapeptyl spuit voelt voor mij als het echte startschot van de nieuwe poging. Dit is de spuit die mijn eigen cyclus plat legt, zodat mijn eigen eisprong er niet doorheen komt. Dat dit nodig is, heb ik helaas aan den levende lijve ondervonden bij punctie nummer 3. In de nacht voorafgaand aan de derde punctie werd ik rond 03.00u wakker met enorme buikpijn. De volgende dag tijdens de punctie bleek dat de eitjes toen al gesprongen waren. Dat verklaarde de enorme buikpijn van een paar uur eerder. Daar lag ik dan met mijn benen wijd in de steigers helemaal klaar voor het aanprikken van de follikels met al de nodige morfine in mijn bloed. We hadden alle stappen al doorlopen: Het spuiten van de hormonen, de controle echo’s, de Ovitrelle spuiten, het infuus, de morfine, de inwendige verdoving. Ik snapte er helemaal niks van. Hoezo waren de eitjes al gesprongen?! Dat kan toch helemaal niet? Dat zou toch ook helemaal niet mogen? En nu?
De arts vraagt aan mij of ik over wil gaan op IUI. Ik heb werkelijk geen flauw idee. M’n hoofd loopt nog steeds een paar stappen achter terwijl de tranen van ongeloof al wel over mijn wangen lopen. Moet ik dit nu hier in mijn eentje direct beslissen?! Ze schakelt met het lab om na te gaan of IUI überhaupt een optie is. Dan hoor ik haar de woorden zeggen: “Het is een typisch ICSI-staal.” Met andere woorden: Het is niet goed genoeg voor een IUI-poging (inseminatie). Dit was voor mij geen verrassing, aangezien ICSI voor ons van het begin af aan de enige optie is geweest waarmee we samen een kindje zouden kunnen krijgen. De punctie wordt afgebroken. Gedesillusioneerd en zonder verrichte zaken word ik door de verpleegkundigen teruggeleid naar mijn ziekenhuisbed. De eitjes waren al gesprongen. We waren te laat. De punctie was mislukt. De Decapeptyl spuit moet ervoor zorgen dat dit horrorscenario zich niet nog een keer voor zal doen.
Als het gaat om de Decapeptyl spuit dan verschillen Nederland en België qua aanpak. In Nederland zet je zelf elke dag een spuit met een kleine hoeveelheid Decapeptyl van 0,1 mg waarmee je je eigen eisprong onderdrukt. In België mag alleen een bevoegde en bekwaamde arts of verpleegkunde een rammer van een Decapeptyl spuit van 3,75 mg zetten die alles voor 6 weken platlegt. Hierdoor zijn alle overgang gerelateerde klachten die je er gratis bij krijgt zoals hevige hoofdpijn, nachtzweten en opvliegers alleen ook in één keer 30 keer zo sterk. Lang leve de hormonen!
Gelukkig wilde mijn eigen huisarts in Nederland deze rammer van een Decapeptyl spuit wel voor ons zetten. Dat scheelde weer een ritje op en neer naar Gent voor één spuit. Voordat de Decapeptyl spuit gezet mag worden gaan er echter een flink aantal processtappen aan vooraf die helaas niet heel soepel verlopen. Het is dus een dag vol (dubbel)checken, wachten en schakelen.
De dag begint al vroeg om 07.30u met het bloedprikken in het Antonius Ziekenhuis in Leidsche Rijn. Het bloed moet namelijk met spoed geanalyseerd worden om de bloeduitslagen vóór 13.30u door te kunnen geven aan het UZ Gent. Ondanks dat de spoed netjes vermeld staat bij de opmerkingen op het labformulier, heeft de prikdame dit belangrijke detail even gemist. Check, check, dubbelcheck.
Rond 12.00u bel ik de doktersassistente van de huisarts om mijn bloeduitslagen op te vragen. De doktersassistente ziet in het systeem dat de bloeduitslagen al wel binnen zijn, maar om één of andere reden zijn ze nog niet zichtbaar in mijn patiëntenportaal. De doktersassistente kan de bloeduitslagen wel alvast per e-mail aan mij doorsturen, maar het ‘Veilig verzenden’ van e-mails is lastig. Ach, ze weten inmiddels toch al meer van me dan me lief is. Dus kom maar door met die onbeveiligde bloeduitslagen!
En dan is daar toch weer die golf van teleurstelling. Ik zie aan mijn HCG-waarden dat ik niet zwanger ben. Bizar eigenlijk dat ik inmiddels zelf mijn bloedwaarden kan lezen en begrijpen. Ik was die ochtend wat misselijk en stond niet helemaal stabiel op m’n benen. Zou het dan toch? Maar nee, het is weer niet zo. Weer niet zwanger. Tegen beter weten in had ik mezelf toch dus toch weer voor de gek gehouden.
Rond 12.00u stuur ik mooi op tijd de bloeduitslagen naar het UZ Gent. In de begeleidende e-mail geef ik aan dat ik om 15.00u een afspraak heb bij mijn eigen huisarts om de Decapeptyl spuit te zetten, dus dat ik echt vóór die tijd akkoord moet hebben. Ondanks een aantekening in mijn dossier én een extra vermelding in de begeleidende e-mail ben ik om 15.00u nog steeds niet teruggebeld, dus bel ik zelf maar weer. Na ruim 20 minuten in de wacht te hebben gestaan heb ik eindelijk een vroedvrouw aan de lijn.
De eenheden waarin de hormonen zijn gemeten staan niet op het labformulier, ondanks dat ik dit letterlijk erbij had geschreven! Ik reageer enigszins geïrriteerd: “Gewoon de eenheden waarin het normaal gesproken ook gemeten wordt.” Ze kunnen aan de hand van de waarden toch zelf ook wel nagaan welke eenheden erbij horen?! Zij hebben er toch voor geleerd?! Daarnaast zijn de bloeduitslagen nog steeds niet besproken met de arts. Ze vraagt hoe laat ik de afspraak heb bij mijn eigen huisarts. Ik zeg 15.30u, omdat ik geen zin heb om weer een half uur in de wacht te staan. Ze belt mij om 15.25u terug met het verlossende antwoord: De Decapeptyl spuit mag gezet worden. Halleluja!
De injectie wordt door de assistente van de huisarts ingespoten in mijn bilspier. Het is geen fijne spuit. Ik voel de vloeistof in mijn bilspier lopen en mijn billen voelen aan alsof ik net ongetraind 100 squats met zware gewichten heb gedaan. Daarna steekt mijn eigen huisarts toch nog even haar gezicht om de deur om gedag te zeggen, de lieverd. Ze zegt hoe knap en moedig ze het vindt dat we het zo lang volhouden. Ze kent ons verhaal en het is fijn om door haar hierin gezien en gehoord te worden. De dagen erna ben ik een hormonale bom en passeren alle overgangsklachten de revue. Ik ben moe, emotioneel, misselijk en duizelig. Maar... stap 1 (of moet ik zeggen stap 100) is weer gezet!
“De eitjes waren al gesprongen. We waren te laat. De punctie was mislukt.”
Deze blogreeks beschrijft een traject dat eerder heeft plaatsgevonden. De blogs lopen dus iets achter op waar Joanne nu staat. Voor haar is het schrijven van deze blogs ook een manier om terug te kijken, te verwerken en woorden te geven aan alles wat dit proces met zich meebrengt.
IVF zie je vaak alleen in cijfers, protocollen en medische stappen.
Maar achter ieder traject zit een verhaal. Vaak een intens en persoonlijk verhaal.
De komende weken deelt Joanne haar IVF-reis met jullie. Eerlijk, rauw en zonder filters. Van punctie tot terugplaatsing.
-> Voor iedereen die zelf midden in dit proces zit, of wil begrijpen hoe het er écht aan toe gaat.
BLOG #1
Nog één laatste punctie in België
Amper vijf dagen na de zoveelste negatieve zwangerschapstest zitten we in alle vroegte om 06.30 uur alweer in de auto op weg naar Gent. Turend naar Google Maps met elke keer weer de vraag hoe lang we deze keer de Antwerpse ring mogen bewonderen.
Het verdriet en de teleurstelling van de afgelopen dagen is nog niet weg. Sterker nog, mijn hele lijf voelt zwaar en in mijn hoofd hangt een dichte mist. Als bonus ben ik ook alweer ongesteld geworden en heb ik flinke buikpijn. Een niet zo vriendelijke reminder van mijn lichaam dat het wéér niet gelukt is.
Bijna 3 uur later, met amper een kwartiertje speling, parkeren we de auto bij het UZ Gent. Voor Jochems begrippen prima op tijd. Als je het aan mij vraagt toch wat aan de krappe kant.
Een paar minuten voor onze afspraak zitten we in de wachtkamer te wachten op ons gesprek met dokter S. Hij neemt rustig met ons de tegenvallende resultaten en vervolgopties door. Helaas geen nieuwe inzichten of opties. “Gewoon” alles nog een keer precies hetzelfde.
Jochem zegt: “Het wordt vast een eitje!”
We lachen allemaal even, maar dan wel als een boer met kiespijn. Zeker ik, want ik weet inmiddels maar al te goed wat dit betekent en wat me weer te wachten staat. Al die hormonen, echo’s, moeite en gedoe voor maar één embryo, één kans.
Dokter S. zegt nog dat innesteling-falen eigenlijk niet bestaat. Met andere woorden: als je maar lang genoeg probeert, dan moet het vanzelf een keertje lukken. Ik ben er nog niet uit of ik dit juist hoopgevend of frustrerend vind. Ik denk allebei een beetje.
Jochem en ik kijken elkaar aan en besluiten er nog één keer voor te gaan.
Na het gesprek met dokter S. worden we bij de vroedvrouw geroepen om alle praktische zaken en planning af te stemmen. Het besef dat we weer gaan beginnen daalt langzaam bij mij in en ik breek even. Ik kan mijn tranen niet langer bedwingen terwijl een gevoel van onrecht in mij naar boven komt.
Waarom moet het voor ons zo moeilijk gaan?
Ik vind het allemaal zo oneerlijk en verdrietig.
Nadat we mijn cyclus (dag 1, dag 8, dag 10 etc.) en alle afspraken weer in de gezamenlijke agenda hebben staan, moeten we nog langs de ziekenhuisapotheek om de eerste batch medicatie op te halen. Bijna €1.700 armer stappen we weer in de auto en rapen we onze laatste energie bij elkaar om nog ruim 2 uur terug naar huis te rijden.
Gelukkig hebben we deze keer weinig vertraging.
In de auto bellen we onze beide ouders nog even om ze te updaten. Door de telefoon horen we hun bezorgdheid, maar voelen we ook hun hoop en verdriet. Ook zij vinden het na al die jaren moeilijk om de juiste woorden te vinden.
Mijn ouders vinden het knap hoe we het samen zo goed doen en mijn schoonouders noemen ons moedig.
Een paar uur eerder in het ziekenhuis zei Jochem het zo treffend:
“Zijn we nou hele moedige mensen dat we het allemaal nog een keer gaan doen, of hebben we gewoon geen keus?”
Er zal ongetwijfeld een kern van waarheid zitten in allebei, maar bij ons overheerst vooral dat laatste gevoel.

Eenmaal thuis ben ik zo moe dat ik direct van de auto naar de bank verhuis en als een blok in slaap val. Ik ben fysiek en mentaal helemaal op.
Een paar uur later word ik door Jochem wakker gemaakt, die zijn laatste beetje energie bij elkaar heeft geraapt om eten te koken. Een paar minuten later zitten we allebei stilletjes aan de keukentafel verdoofd voor ons uit te staren en laten we in ons hoofd de dag nog eens de revue passeren.
Wat hebben we vandaag nou ook alweer allemaal gedaan?
We zijn vanochtend om 06.30 uur van huis vertrokken en waren om 14.30 uur weer thuis. We hebben bijna 6 uur in de auto gezeten en ik heb de rest van de middag geslapen.
Het voelt als weer een verloren dag naar Gent.
Maar… we gaan er wel weer voor.
Nog één laatste punctie in België.
Punctie nummer 6.
Embryo nummer 10 moet het gaan zijn.
“Zijn we nou hele moedige mensen of hebben we gewoon geen keus?”
Deze blogreeks beschrijft een traject dat eerder heeft plaatsgevonden. De blogs lopen dus iets achter op waar Joanne nu staat. Voor haar is het schrijven van deze blogs ook een manier om terug te kijken, te verwerken en woorden te geven aan alles wat dit proces met zich meebrengt.
GASTBLOG - Joanne Amse.
Allesbehalve feest.
Tijdens de feestdagen draait alles om het gezellig samen zijn met je gezin en (kleine) kinderen. De spannende tijd van de Sinterklaasintocht en het Sinterklaasjournaal. De speciale kersttafel voor de kleinkinderen met een kleurplaat als tafelkleed. Om twaalf uur je slaperige kinderen wakker maken om samen vuurwerk te kijken en verwachtingsvol te proosten op het nieuwe jaar.
De feestdagen zijn voor ons allesbehalve leuk, gezellig en een feest. Wij zijn met ons tweeën nog geen gezin. Wij hebben nog geen kleine kinderen die in Sinterklaas geloven en aan de speciale kersttafel zitten. En het einde van het jaar is voor ons zeker geen feestmoment om hoopvol op te proosten.
In plaats daarvan is het een pijnlijk realisatiemoment van weer een klotejaar in het traject: weer niet zwanger, weer geen kind en weer niets om te vieren. Weer een jaar waarin de zin “Dit jaar wordt het ons jaar” niet op ons van toepassing is. Weer een jaar waarin het verdriet heeft gewonnen van de hoop. Het verdriet om wat er dit jaar had moeten gebeuren, maar wat weer niet is gebeurd.
En het allerergste: de angst dat het volgend jaar weer precies hetzelfde zal zijn. Ik wou dat dit jaar anders was...
“Ik wou dat dit jaar anders was.”
Mijn naam is Joanne. Ik ben 38 jaar en woon in Utrecht. Samen met mijn man Jochem zitten we al bijna 5 jaar in het traject om onze grootste wens voor een kindje uit te laten komen. Na 7 puncties, 12 terugplaatsingen en 1 miskraam is onze wens helaas nog niet in vervulling gegaan. Onze wens is nog steeds zo groot dat we elke keer opnieuw al onze kracht en moed bij elkaar rapen om door te blijven gaan. Dit traject daagt mij uit op mijn grootste uitdagingen en overtuigingen. Door blogs te schrijven probeer ik deze rollercoaster van emoties, gedachten en gevoelens onder woorden te brengen. Van hoop en verlangen tot aan teleurstelling en verdriet en weer terug. Hopelijk helpt het jou om (h)erkenning en betekenis te vinden in alles wat je nu doormaakt.
Veel liefs,
Joanne

Je zit middenin het traject. De hormonen, de echo’s, het wachten, de hoop en de teleurstelling. Alles draait om dat ene doel: zwanger worden. Je leeft in cycli, niet in maanden. In puncties, niet in weken. En ergens onderweg raak je jezelf een beetje kwijt.
De gedachte aan pauzeren voelt bijna absurd. Want de tijd tikt door. Je wordt ouder. De artsen zeggen dat je kansen afnemen. En toch is er die andere stem — de vermoeide, overbelaste, stille stem in jou die fluistert: “Ik trek dit niet meer.”
Maar die stem krijgt meestal geen ruimte. Want stoppen, of zelfs maar vertragen, voelt als falen.
Er zijn verschillende lagen in de reden waarom pauzeren tijdens een IVF-traject zo ingewikkeld voelt. Het heeft te maken met biologie, maar ook met psychologie. Met hoop, angst en overtuigingen die diep in ons systeem verankerd zitten.
Iedere seconde telt. Zo voelt het tenminste. De medische wereld praat in kansen, statistieken en leeftijden. Je hoort uitspraken als “na je 35e neemt de vruchtbaarheid af” en ergens vertaalt je brein dat naar: ik moet nu dóór.
Die druk wordt een manier van overleven. Het geeft houvast in iets waar je geen controle over hebt. Pauzeren lijkt dan niet rationeel, maar gevaarlijk — alsof elke maand rust gelijkstaat aan een verloren kans.
Wie ooit één positieve test in handen had, weet hoe dat voelt: hoop. En wie daarna verlies meemaakte, weet hoe diep dat snijdt. Je was zó dichtbij. Je lijf, je hoofd, je omgeving — alles zegt dat je door moet. Want je kunt het bijna aanraken.
Juist die nabijheid maakt pauzeren extra pijnlijk. Het voelt als loslaten terwijl je nog niet klaar bent.
Veel van ons zijn opgegroeid met overtuigingen als: “Niet opgeven.”
“Sterk zijn.”
“Wie volhoudt, wint.”
Die mindset heeft je ver gebracht, maar in dit traject wordt hij genadeloos getest.
Manu Keirse schrijft dat we verlies en rouw vaak verwarren met mislukking. We willen het oplossen in plaats van doorleven. Maar rouw vraagt iets anders: het vraagt dat je erbij blijft, in plaats van eroverheen te denderen. Pauzeren confronteert je met precies dat: je eigen rouw, je verdriet, de leegte die je liever overslaat.
Volgens neuro-wetenschapper Dr. Caroline Leaf is ons brein niet gemaakt om voortdurend in overlevingsstand te staan.
Elke gedachte, emotie en lichamelijke reactie beïnvloedt je zenuwstelsel. Als je structureel “aan” staat, bouwt je systeem stress op die niet meer wordt ontladen.
Dat merk je aan:
Je kunt het vergelijken met een computer die wekenlang aanstaat zonder herstart. Alles wordt trager, zwaarder, emotioneler.
Leaf noemt dit “mental clutter”: ‘mentale rommel die niet weggaat zolang je blijft doen alsof het wel gaat’.
En dat is precies wat er gebeurt als je nooit pauzeert: je lichaam draait door, terwijl je hoofd zegt “nog één ronde, nog één poging”.
De waarheid is: je brein en lijf zijn loyaal. Ze gaan door zolang jij zegt dat het moet. Tot ze niet meer kunnen.
Een pauze is niet het einde van je traject.
Het is een tussenruimte. Een moment waarin je jezelf toestaat te ademen en te kijken naar wat dit allemaal met je heeft gedaan.
Het is een vorm van zelfzorg met lef.
Pauzeren betekent:
En ja, dat is eng. Want het betekent dat je stopt met vechten, al is het maar tijdelijk.
Maar juist in die rust komt herstel op gang.
Je hormonale systeem mag tot rust komen, je zenuwstelsel ontspant, je hersenen krijgen letterlijk de kans om “te herbedraden” - iets wat Leaf neuroplastic recovery noemt.
Dat klinkt technisch, maar het betekent gewoon: je hoofd leert opnieuw om rust te verdragen zonder paniek.
Rust is geen leegte. Het is het vermogen om niet méér te moeten dan nodig is.
Het is niet: “ga mediteren en doe aan yoga” (hoewel dat mag).
Het is: bewust stilstaan bij wat er van binnen gebeurt.
Soms betekent rust: een behandeling overslaan.
Soms: een weekend geen zwangerschapsverhalen aanhoren.
Soms: een maand lang niet googelen op “nieuwe fertiliteitsdoorbraken.”
Rust begint met eerlijkheid. Met jezelf durven vragen: wat heb ik nu nodig om te kunnen blijven staan?
Je hoeft geen perfecte vorm van rust te vinden. Je hoeft alleen ruimte te creëren voor jezelf, zodat je weer kunt ademen.Zoals Manu Keirse zegt: Rouw is niet iets waar je van geneest, maar iets waarmee je leert leven.
Pauzeren is dus niet achteruitgaan, maar leren leven mét wat er is, zonder dat het je volledig opslokt.

Een pauze kan voelen als verlies van tijd.
Maar misschien is het precies wat je redt.
Want doorgaan vanuit uitgeputte hoop brengt niemand dichter bij zijn verlangen.
Pauzeren vanuit bewustzijn geeft juist ruimte aan veerkracht, helderheid en keuzevrijheid.
Het is een daad van moed.
Een stille rebellie tegen de constante druk van “meer, sneller, verder”.
Durven pauzeren tijdens een IVF-traject vraagt lef.
Het vraagt dat je de controle loslaat, dat je even niet weet wat er daarna komt.
Maar het is ook de plek waar herstel begint: waar hoofd, hart en lijf elkaar weer kunnen vinden.
En misschien is dat wel de enige manier om dit hele traject te overleven:
niet door harder te vechten,
maar door af en toe even niet te hoeven vechten.
Wanneer een gezamenlijke kinderwens onvervuld blijft, komt een relatie onder druk te staan. Niet alleen door de intensiteit van het verdriet, maar ook doordat partners verschillend reageren op verlies. Dit verschil in rouwstijl kan haaks staan op hoe ze gewend zijn liefde te geven en te ontvangen. De vertrouwde manieren van verbinding blijken ineens ontoereikend. Waar eerst vanzelfsprekend contact was, ontstaat afstand en onbegrip. Niet omdat de liefde verdwijnt, maar omdat verdriet zich anders uitdrukt dan liefde.
De vijf liefdestalen, zoals beschreven door Gary Chapman: lichamelijke aanraking, samen tijd doorbrengen, woorden van bevestiging, hulpvaardigheid en cadeaus - geven inzicht in hoe mensen liefde ervaren. Maar bij rouw is er geen eenduidige taal. Iedereen verwerkt verlies op zijn eigen manier. Het gevolg: twee mensen die elkaar willen steunen, maar elkaars behoeften niet meer begrijpen.
Een partner die normaal veel bevestiging zoekt via aanraking kan zich nu terugtrekken. De ander die gewend is om liefde te tonen door gesprekken aan te gaan, stuit plots op stilte. Deze verschuivingen creëren verwarring. De oorspronkelijke liefdestalen raken ondergesneeuwd door rouwtalen die niet bij elkaar aansluiten.
Waarom voelt het alsof we elkaar niet meer begrijpen?
Wanneer rouw binnenkomt, reageren partners verschillend. Niet omdat ze de ander buitensluiten, maar omdat hun interne verwerkingsproces afwijkt. De een zoekt structuur, de ander zoekt ruimte voor emoties. De een wil praten, de ander wil zwijgen. Als deze patronen niet worden herkend, ontstaan gevoelens van afwijzing of onbegrip.
Wat gebeurt er in de praktijk:
Deze dynamiek kan leiden tot het idee dat er iets mis is met de relatie. Terwijl er simpelweg sprake is van verschillende manieren van omgaan met verlies.
7 ROUWTALEN
Net zoals er vijf liefdestalen zijn, kunnen we ook spreken van verschillende rouwtalen. Deze geven inzicht in hoe iemand rouw uit en wat daarin (on)zichtbaar is voor de ander. Onderstaande vormen zijn gebaseerd op rouwmodellen en copingstijlen:
Iedere partner heeft een unieke mix van rouwtaal en copingstijl. Frictie ontstaat vaak als die mixen botsen zonder dat er woorden aan gegeven zijn.
Hoe herken je dit als stel?
Het erkennen van deze signalen is cruciaal. Niet om direct te herstellen, maar om te begrijpen waar de afstand vandaan komt. Begrip ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om bewuste aandacht.
Vijf inzichten om opnieuw verbinding te maken

Rouw binnen een relatie hoeft niet tot verwijdering te leiden. Maar het vraagt wel bewustzijn, communicatie en acceptatie van verschil. Partners die leren herkennen wat ze zelf nodig hebben én wat de ander probeert te uiten, bouwen aan een veerkrachtige relatie.
Als het moeilijk blijft om elkaar te bereiken, kan professionele begeleiding helpen om de vertaalslag te maken tussen rouwtaal en liefdestaal. Zodat niet alleen het verlies gedeeld wordt, maar ook de liefde ruimte blijft krijgen.

Esther Ruijgrok
Rouw- en verliescoach bij ongewenste kinderloosheid

Wanneer een kinderwens (nog) onvervuld blijft, doet dat iets met alles. Met je lijf. Je toekomst. Je relatie. Wat begon als een gezamenlijke droom verandert ongemerkt in iets wat tussen je in komt te staan. Niet omdat de liefde verdwijnt, maar omdat rouw zijn eigen taal spreekt. En vaak merk je pas achteraf dat je die taal allebei anders spreekt.
In de praktijk zie ik het keer op keer: stellen die ooit op één lijn zaten, raken elkaar kwijt. Niet omdat ze niet meer van elkaar houden. Maar omdat ze anders omgaan met pijn. De een sluit zich af. De ander zoekt verbinding. De een wil dóór, de ander moet stilstaan. En ergens in dat verschil ontstaat afstand. Eerst stilletjes. Later voelbaar.
Dat is geen verwijt. Dat is wat verdriet met je doet. Het haalt je instinct naar boven. Je beschermt jezelf, je zoekt houvast. En daardoor kan de ander ineens ver weg voelen. Terwijl je het liefst gewoon samen zou willen huilen, schreeuwen, of helemaal niks.
Herkenbaar? Hieronder vind je vijf inzichten die je kunnen helpen om elkaar niet kwijt te raken in deze storm. Ze zijn niet bedoeld als quick fix, maar als uitnodiging tot een ander soort gesprek. Eentje waarin je niet hoeft te winnen of bewijzen, maar waarin je elkaar écht weer kunt vinden.

1. Begrijp je eigen manier van rouwen (en die van de ander)
Veel koppels lopen vast omdat ze van elkaar verwachten dat ze hetzelfde omgaan met verlies. Maar rouw is grillig, persoonlijk, soms zelfs onlogisch. De een duikt in werk, de ander ligt nachten wakker. Door samen te onderzoeken wat jullie automatische reactie is op pijn, ontstaat er begrip. Niet: jij doet het fout. Maar: dit is hoe jij overleeft. Alleen dat al kan veel spanning weghalen.
2. Wees minder oplossingsgericht, meer beschikbaar
We willen zo graag iets doen voor de ander. Iets zeggen wat helpt, iets oplossen. Maar bij rouw werkt dat vaak averechts. Het enige wat echt helpt is: blijven. Aanwezig zijn. Niet invullen. In Houd me vast beschrijft Sue Johnson hoe essentieel het is dat we voelen dat we er voor elkaar zijn, juist als het moeilijk wordt. Soms is de zin: "Ik weet het ook niet, maar ik ben bij je" alles wat er nodig is.
3. Maak bewust ruimte voor rouwmomenten
Rouw leeft niet op afspraak, maar het helpt wél als je er bewust tijd en aandacht voor maakt. Stel een moment in waarin jullie allebei mogen delen. Geen gesprek met een oplossing, maar gewoon: wat voelde zwaar deze week? Waar liep je vast? Wat verlangde je? Als je dit regelmatig doet, voorkom je dat verdriet zich ophoopt en ineens tot een explosie leidt. Het wordt onderdeel van je samenzijn, in plaats van iets wat je uit elkaar drijft.

4. Verken hoe je liefde en steun nu wél kunt ontvangen
Misschien werkte aanraking vroeger, maar nu roept het spanning op. Misschien troostten woorden je ooit, maar voelt praten nu als te veel. Liefde en steun kunnen hun vorm verliezen als je in een rouwproces zit. Dat betekent niet dat de liefde weg is. Het vraagt alleen een herontdekking. Wat voelt nu wél als nabijheid? Misschien is dat een blik. Stilte. Een appje zonder vraag. Elkaar opnieuw leren verstaan is misschien niet makkelijk, maar het is de moeite waard.
5. Zie conflict als een signaal, geen bedreiging
Ruzies gaan zelden over wat ze lijken. De wasmand, de afwas, de toon. Vaak ligt daaronder een gevoel van niet gezien worden. Van alleen zijn in iets wat je samen zou moeten dragen. Als je ruzie ziet als een signaal dat iemand het even niet meer weet, kun je sneller terug naar wat er werkelijk speelt. Onder de irritatie zit bijna altijd een vorm van gemis. Het helpt als je dat leert herkennen, bij jezelf en bij elkaar.

Een praktische oefening: schrijf los van elkaar op wat jij doet als het pijn doet. Waar je heen vlucht, wat je nodig hebt, wat je stiekem hoopt dat de ander ziet. Wissel dat uit. Lees het hardop. Niet om op te reageren, maar om elkaar weer even écht te zien.
Weet dat je niet alleen bent als je merkt dat dit proces impact heeft op jullie relatie. Het hoort erbij, maar dat betekent niet dat je het moet uitzitten. Er is zóveel mogelijk in hoe je elkaar weer kunt vinden. Juist als het moeilijk is.
Een TEDTalk die dit thema raakt, is die van Susan David: The gift and power of emotional courage. Ze laat zien hoe we vaak weg willen van pijn, terwijl juist het contact ermee leidt tot echte verbinding. Bekijk hem samen, als je voelt dat het tijd is voor een ander soort gesprek
En als je merkt dat jullie in herhalende patronen blijven hangen, weet dan: je hoeft hier niet zelf uit te komen. Op renewedlifecoaching.nl vind je begeleiding die helpt om woorden te geven aan wat vaak stil blijft. Omdat ik geloof dat eerlijkheid, ook als het schuurt, juist weer beweging brengt.
Je bent welkom. Altijd.

Esther Ruijgrok
Rouw & verliescoach - Kinderwens
Renewed Life Coaching
Relaties. We hebben allemaal te maken met relaties. De relatie met je partner, vrienden, familie of collega's. Maar wat als die ene relatie die je het meest dierbaar is, onder druk komt te staan door iets wat je allebei zo graag wilt? Als counselor zie ik in mijn praktijk vaak koppels die worstelen met de emotionele impact van een fertiliteitstraject. Een kinderwens kan een relatie versterken, maar een fertiliteitstraject? Dat kan je relatie serieus op de proef stellen.
Jullie begonnen met liefde. Spontaan, speels en vol passie. Seks was iets wat jullie verbond, een manier om dichtbij elkaar te zijn. Maar nu is het een schema geworden. Ovulatietesten, vruchtbare dagen, temperatuurmetingen. Ineens voelt intimiteit als een verplichting, als een taak op de lange to-do-lijst. En als het 'moet' gebeuren, lijkt het ineens niet meer te lukken. De druk is hoog, en hoe harder je je best doet, hoe verder je elkaar lijkt te verliezen.

In mijn praktijk hoor ik vaak uitspraken als: "We hebben een geweldige relatie, maar sinds we bezig zijn met zwanger worden, voelt seks als een verplichting." Of: "Ik voel me schuldig als ik een keer geen zin heb, omdat ik weet hoe belangrijk het is." Dit zijn herkenbare gevoelens die veel stellen ervaren. Maar wat als deze druk ervoor zorgt dat intimiteit helemaal verdwijnt?
Niemand waarschuwt je voor de prestatiedruk die komt kijken bij een fertiliteitstraject. Het idee dat jullie nú moeten presteren – of het nu uitkomt of niet – maakt dat verlangen verdwijnt. Misschien merk je dat je minder zin hebt, of dat je hoofd te vol zit met verwachtingen en teleurstellingen. Misschien merk je dat je partner afstand neemt, of juist gefrustreerd raakt. Waar jullie eerst samenwerkten, lijkt er nu een onzichtbare muur tussen jullie te staan.
Ik sprak laatst een stel dat vertelde hoe de druk hun relatie veranderde. "Voorheen was intimiteit iets van ons samen, nu voelt het alsof we alleen nog maar bezig zijn met een doel bereiken. Als het niet lukt, voelt het als falen." Dit gevoel is begrijpelijk, maar het is zo belangrijk om in te zien dat het geen falen is. Het is een natuurlijke reactie op de enorme druk die op jullie schouders ligt.
Jullie zijn nog steeds samen, maar voelt het nog als ‘samen’? Veel stellen in een fertiliteitstraject voelen zich eerder teamgenoten dan geliefden. De gesprekken draaien om hormoonspuiten, ziekenhuisbezoeken en de volgende poging. Waar jullie vroeger lachten en droomden, voelt het nu alsof alles in het teken staat van dat ene doel: een positieve test. Maar waar blijf jij? Waar blijft jullie relatie?
Een cliënt zei eens tegen me: "We zijn zo gefocust op een kindje krijgen, dat we vergeten waarom we ooit voor elkaar kozen." Dit is een pijnlijk besef, maar wel een belangrijke stap om samen opnieuw de verbinding te zoeken. Want als je elkaar kwijtraakt in dit proces, hoe ga je dan verder – ongeacht de uitkomst?

Het taboe moet doorbroken worden: een fertiliteitstraject verandert je seksleven. En nee, niet op een spannende manier. Voor veel stellen wordt seks een middel tot een doel, en dat kan voor gevoelens van druk, stress en zelfs afkeer zorgen. Want wat als je even niet wilt? Wat als het niet lukt? Wat als de teleurstelling te groot is om de volgende ronde weer met volle overtuiging ‘mee te doen’? De afstand groeit en de onzekerheid neemt toe.
Ik begeleidde eens een stel waarbij de man zich steeds meer terugtrok. Niet omdat hij geen kinderen wilde, maar omdat hij zich machteloos voelde. "Ik zie hoeveel het met haar doet, en ik wil er voor haar zijn, maar soms weet ik gewoon niet meer hoe." Dit is zo’n belangrijke en vaak onbesproken kant van een fertiliteitstraject. Beide partners hebben hun eigen worstelingen en soms is het moeilijk om elkaar daarin te vinden.
Dus, hoe zorg je ervoor dat jullie elkaar niet kwijtraken in dit proces? Hoe houd je je relatie sterk, zelfs als de druk hoog is? Een paar belangrijke inzichten kunnen helpen:

Een fertiliteitstraject is niet alleen een medische reis, het is ook een emotionele rollercoaster. En ja, het heeft impact op je relatie. Laten we daar eerlijk over zijn. Laten we stoppen met doen alsof ‘moeten presteren’ geen effect heeft. En laten we elkaar eraan herinneren dat liefde meer is dan een positieve test. Jullie zijn al een team. Jullie zijn al samen. Houd elkaar vast, ook als het moeilijk wordt.
Voor veel mensen is zwanger worden een natuurlijk proces, maar dat geldt niet voor iedereen. Als het niet vanzelf gaat, kom je misschien in een fertiliteitstraject terecht. Dit is een intense, vaak emotionele reis waarin je wordt geconfronteerd met medische termen, behandelingen en keuzes die overweldigend kunnen zijn. Daarom nemen we je stap voor stap mee door de belangrijkste aspecten van een fertiliteitstraject, zodat je goed geïnformeerd bent en meer grip hebt op wat er gebeurt.
Alles begint met de ovulatie, het moment in je cyclus waarop een rijpe eicel vrijkomt uit de eierstok. Dit is een cruciale stap, want zonder ovulatie kan er geen bevruchting plaatsvinden. Sommige vrouwen hebben een regelmatige cyclus en kunnen hun ovulatie vrij nauwkeurig voorspellen, bijvoorbeeld met behulp van ovulatietesten of temperatuurmetingen. Maar wat als je ovulatie onregelmatig is of helemaal niet plaatsvindt?

In dat geval zijn er behandelingen beschikbaar om je cyclus te ondersteunen. Een van de eerste opties is medicatie zoals clomifeencitraat. Dit middel stimuleert de aanmaak van hormonen die de groei en rijping van eicellen bevorderen. Voor vrouwen die niet reageren op clomifeencitraat, kan een behandeling met injecties van follikelstimulerend hormoon (FSH) uitkomst bieden. Dit helpt om meerdere eicellen te laten rijpen, wat de kans op een succesvolle bevruchting vergroot.
Soms is medicatie alleen niet genoeg. Als de eicellen wel rijpen, maar niet vanzelf vrijkomen, kan een injectie met humaan choriongonadotrofine (hCG) worden gegeven. Dit hormoon zorgt ervoor dat de ovulatie precies op het juiste moment plaatsvindt, zodat de timing voor een behandeling, zoals inseminatie of IVF, optimaal is.
Als zwanger worden ondanks deze ondersteuning niet lukt, kan intra-uteriene inseminatie (IUI) een volgende stap zijn. Dit is een relatief eenvoudige procedure waarbij het sperma van de partner of een donor direct in de baarmoeder wordt geplaatst. Het idee is om de afstand die zaadcellen moeten afleggen te verkleinen en ze dichter bij de eicel te brengen.

IUI wordt vaak toegepast bij paren waarbij de zaadkwaliteit licht verminderd is of wanneer er geen duidelijke oorzaak voor de vruchtbaarheidsproblemen is gevonden. Het is een minder ingrijpende behandeling dan IVF en wordt daarom vaak als eerste geprobeerd. De procedure zelf is snel en meestal pijnloos, maar het emotionele proces eromheen kan uitdagend zijn. De wachttijd na de inseminatie – waarin je hoopt op een positieve zwangerschapstest – is vaak het zwaarst.
Als IUI niet succesvol is of als er sprake is van complexere vruchtbaarheidsproblemen, kan in-vitrofertilisatie (IVF) een optie zijn. Bij IVF worden eicellen uit de eierstokken gehaald en in een laboratorium bevrucht met zaadcellen. Na bevruchting worden de embryo’s enkele dagen in een gecontroleerde omgeving gekweekt voordat een of meerdere embryo’s terug in de baarmoeder worden geplaatst.
IVF is een intensief proces, zowel fysiek als emotioneel. Het begint met een hormonale stimulatie om meerdere eicellen te laten rijpen, gevolgd door een punctie om de eicellen te verzamelen. Na de bevruchting worden de embryo’s nauwlettend gevolgd. Soms wordt ervoor gekozen om de embryo’s door te laten groeien tot het blastocyst-stadium, ongeveer vijf dagen na bevruchting. Blastocysten hebben een hogere kans om zich in te nestelen in de baarmoeder, wat de kans op een succesvolle zwangerschap vergroot.

Voor mannen met ernstige zaadproblemen kan een aanvullende techniek worden gebruikt: intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI). Hierbij wordt een enkele zaadcel rechtstreeks in een eicel geïnjecteerd. Dit biedt een oplossing voor situaties waarin de zaadcellen onvoldoende beweeglijk zijn of in zeer kleine aantallen aanwezig zijn.
Soms is het nodig om gebruik te maken van eiceldonatie of spermadonatie. Bij eiceldonatie worden eicellen van een donor gebruikt, bijvoorbeeld als de vrouw zelf geen eicellen meer produceert of als haar eicellen van onvoldoende kwaliteit zijn. Dit komt vaak voor bij vrouwen boven de 40 jaar of bij vrouwen die vroeg in de menopauze zijn geraakt.
Spermadonatie wordt meestal overwogen als de zaadkwaliteit van de partner zeer laag is of als er geen mannelijke partner is, zoals bij alleenstaande vrouwen. Donormateriaal wordt zorgvuldig geselecteerd en getest om de gezondheid en veiligheid te waarborgen. Het kan een emotioneel beladen keuze zijn, maar het biedt hoop aan veel mensen die anders geen biologische kinderen zouden kunnen krijgen.

In sommige gevallen is er een verhoogd risico op erfelijke aandoeningen. Stel je voor dat een van de ouders drager is van een genetische ziekte. In dat geval kan pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) worden toegepast. Dit is een genetische test die wordt uitgevoerd op embryo’s die uit IVF zijn ontstaan. Met PGD kunnen embryo’s worden geselecteerd die vrij zijn van de genetische aandoening, wat niet alleen de kans op een gezonde zwangerschap vergroot, maar ook gemoedsrust biedt.
Na de terugplaatsing van een embryo wordt vaak progesteron voorgeschreven. Dit hormoon helpt bij het opbouwen en onderhouden van een gezonde baarmoederwand, zodat een embryo zich goed kan innestelen. Het gebruik van progesteron is een belangrijk onderdeel van veel behandelingen, omdat het de kans op een succesvolle zwangerschap vergroot.
Naast medische behandelingen zijn er ook andere manieren om je kansen op een zwangerschap te vergroten. Een gezonde leefstijl kan een groot verschil maken. Denk aan het eten van een uitgebalanceerd dieet, voldoende beweging en het vermijden van alcohol en nicotine. Stressmanagement speelt ook een belangrijke rol. Het is misschien niet de oplossing voor alles, maar stress kan een negatieve invloed hebben op je lichaam en cyclus.
Daarnaast krijg iemand in een fertiliteitstraject vaak te maken met emotionele en mentale uitdagingen. Een fertiliteitscoach kan je goed begeleiden door dit proces heen.

Sommige mensen vinden baat bij alternatieve therapieën, zoals massage. Hoewel het wetenschappelijke bewijs voor vruchtbaarheid massages in combinatie met vruchtbaarheidsbehandelingen beperkt is, kan het helpen om te ontspannen en het gevoel van controle terug te krijgen.
Een fertiliteitstraject is niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een emotionele. De onzekerheid, de hoop en soms de teleurstelling kunnen zwaar wegen. Het is belangrijk om steun te zoeken, of dat nu bij je partner, familie, vrienden of een gespecialiseerde coach is. Veel ziekenhuizen en klinieken bieden ook psychologische begeleiding aan. Het belangrijkste is dat je iemand vindt waar het goed mee klikt.
Hoewel het proces soms lang en moeilijk kan zijn, is het belangrijk om te onthouden dat je niet alleen bent. Er zijn veel mensen die dezelfde reis maken, en er zijn steeds meer mogelijkheden en technieken beschikbaar om je te helpen je droom van ouderschap te verwezenlijken.

Een onvervulde kinderwens is een zwaar en vaak langdurig proces van verdriet, teleurstelling en soms ook van eenzaamheid. Het gemis van het ouderschap kan zich op verschillende manieren manifesteren, van pijnlijke fysieke behandelingen tot het onophoudelijke verlangen naar iets dat maar niet lijkt te komen. Het verwerken van dit verlies is niet gemakkelijk, vooral als de omgeving niet goed begrijpt wat er speelt. Wat vaak onderschat wordt, is het ongemak dat ontstaat bij het communiceren over een onvervulde kinderwens. Het is niet alleen moeilijk voor degene die hiermee worstelt, maar ook voor de mensen in de omgeving. Waarom is communicatie hierover zo ingewikkeld? En waarom is het zo belangrijk dat we er open over kunnen praten?
Een van de grootste misverstanden rondom een onvervulde kinderwens is het idee dat het verdriet vanzelf zal verdwijnen of dat het 'vanzelf wel beter wordt'. Maar verdriet is geen rechte lijn van pijn naar heling. Het is vaak een proces van op en neer gaan, met momenten van hoop, maar ook van diepe teleurstelling. De vrouw die elke maand opnieuw ontdekt dat ze niet zwanger is, of de man die samen met zijn partner ziet dat hun droom van ouderschap uitblijft, draagt dit verdriet met zich mee. Het is geen tijdelijke emotie die na een paar maanden verdwenen is. Het wordt in veel gevallen eerder een chronisch gevoel dat moeilijk te verwoorden is.

Wanneer iemand met een onvervulde kinderwens zich kwetsbaar opstelt en vertelt over haar of zijn verdriet, is het belangrijk dat dit serieus genomen wordt. Helaas is het vaak zo dat anderen het gesprek uit de weg gaan, niet weten wat ze moeten zeggen, of zelfs proberen het verdriet weg te moffelen met goedbedoelde opmerkingen zoals: "Jullie hebben vast nog tijd" of "Het komt wel goed". Deze reacties kunnen juist pijnlijker zijn, omdat ze het gevoel van gemis minimaliseren of het verdriet niet erkennen.
Het communiceren over een onvervulde kinderwens kan zowel voor degene die het meemaakt als voor de ander ongemakkelijk zijn. Er is geen gemakkelijke manier om te praten over een thema dat gepaard gaat met zoveel emoties en onuitgesproken verlangens. Vaak weet degene die het verdriet ervaart niet hoe ze haar gevoelens in woorden moet uitdrukken, of is ze bang voor het oordeel van anderen. Ze wil niet altijd maar het slachtoffer zijn van haar situatie, maar tegelijkertijd is de pijn er wel. Dit conflict maakt het lastig om open te zijn.

Aan de andere kant staan degenen die proberen te reageren. Vaak willen ze troost bieden, maar weten ze niet goed hoe ze dat moeten doen zonder de situatie te bagatelliseren of ongemak te veroorzaken. De neiging om het verdriet 'goed te praten' is een manier om zelf het ongemak te vermijden. Mensen zijn geneigd om iets te zeggen om de stilte te doorbreken, maar daardoor wordt het probleem niet werkelijk erkend.
Het is precies hierin dat effectieve communicatie een sleutelrol speelt. Het is belangrijk dat zowel degene die met een onvervulde kinderwens kampt als de mensen in haar omgeving leren om open, eerlijk en met respect met elkaar te communiceren.
Als fertiliteitscoach en counselor zie ik dagelijks hoe belangrijk het is om een ruimte te creëren waarin iemand echt kan spreken over haar emoties en haar situatie. Als coach maak ik gebruik van verschillende methodieken die helpen om de communicatie open en helder te houden. Het begint altijd met actief luisteren. Dit betekent dat je niet alleen hoort wat de ander zegt, maar ook de emoties en het onderliggende gevoel begrijpt. Dit vraagt om volledige aandacht en het vermogen om zonder oordeel aanwezig te zijn.
Open vragen kunnen wonderen doen in gesprekken over verdriet en verlangen. In plaats van de ander te vragen "Waarom is het nu nog niet gelukt?" kan je beter vragen stellen als "Hoe voel je je vandaag over het proces?" of "Wat is het moeilijkste moment voor jou op dit moment?" Deze vragen geven ruimte voor de ander om haar verhaal te delen zonder zich beoordeeld te voelen. Dit is cruciaal in het proces van heling.

Daarnaast helpt het als mensen in de omgeving zich meer bewust worden van het effect van hun woorden. Het is belangrijk om in de ik-vorm te spreken. Bijvoorbeeld: "Ik vind het moeilijk dat het je pijn doet, en ik weet niet zo goed wat ik moet zeggen." Dit voorkomt dat de ander het gevoel krijgt dat haar verdriet afgewezen wordt, en biedt ruimte voor een gesprek dat het ongemak vermindert.
Een onvervulde kinderwens kan leiden tot isolement. Het is vaak moeilijk om anderen te laten begrijpen hoe het is om deze strijd elke dag opnieuw aan te gaan. Als er geen ruimte is voor open communicatie, kan er een kloof ontstaan tussen degene die het verdriet ervaart en haar omgeving. Dit maakt het nog moeilijker om steun te vinden of zelfs maar gehoord te worden. Het is daarom belangrijk dat mensen zich bewust worden van de impact van hun woorden en dat ze niet proberen het verdriet te verbergen of te minimaliseren. Het is niet de bedoeling om het verlies 'weg te praten', maar om te erkennen dat het verdriet er is en dat het recht heeft om gehoord te worden.
Als iemand in je omgeving met een onvervulde kinderwens worstelt, wees dan niet bang om het onderwerp aan te snijden, zelfs als het ongemakkelijk is. Een eenvoudige vraag zoals "Hoe gaat het vandaag?" kan het gesprek openen. De bereidheid om te luisteren, zonder te oordelen of snel met oplossingen te komen, kan wonderen doen. Dit helpt niet alleen degene die het verdriet meemaakt, maar ook de relatie met deze persoon versterken.

De pijn van een onvervulde kinderwens is niet snel verdwenen. Het is een proces van rouwen, hoop en soms zelfs van acceptatie. Het is belangrijk om, in plaats van het ongemak uit de weg te gaan, het gesprek aan te gaan, ruimte te geven voor emoties en actief te luisteren. Als we leren om met open vragen, empathie en begrip te communiceren, kunnen we het ongemak verminderen en elkaar steunen in dit moeilijke proces.

Als fertiliteitscoach kan ik helpen bij het navigeren door deze moeilijke gesprekken. Ik bied begeleiding bij het leren van effectieve communicatie, het omarmen van verdriet, en het vinden van manieren om het verlies te integreren in het dagelijks leven. Door een veilige omgeving te creëren waarin emoties gedeeld kunnen worden zonder oordeel, wordt het makkelijker om met de pijn om te gaan en de volgende stappen in het proces te zetten.
Het gaat erom elkaar te ondersteunen, zonder de ander te dwingen om te moeten 'genezen'. Het is een proces dat tijd en ruimte nodig heeft, maar door middel van open communicatie kunnen we dit verdriet een beetje samen dragen.